Eerste hapjes?

Vanaf vier maanden kun je beginnen met het geven van vast voedsel. Deze eerste kleine hapjes of oefenhapjes komen nog niet in de plaats van borst- of flesvoeding. Met oefenhapjes went je kindje aan andere smaken, leert happen van de lepel, oefent de mondspieren en wordt de kans op voedselovergevoeligheid kleiner. Als je kindje acht maanden is, zijn de oefenhapjes uitgegroeid tot grotere porties ter vervanging van borst- of flesvoeding. Vanaf zijn eerste verjaardag eet je kindje helemaal mee met de volwassenen.

Eerste hapjes

Geschikte oefenhapjes

In principe zijn alle gezonde producten geschikt. Begin echter met fijngeprakt eten met een zachte smaak. Geschikt fruit is banaan, perzik, peer en meloen. Populaire groentes zijn bloemkool, worteltjes, boontjes, broccoli, doperwtjes en pompoen. Een lepeltje fijngemalen vlees of vis, geprakte aardappel, een stukje brood zonder korst of witte rijst kan ook. Vermijd te veel zoetigheid. Daarnaast is er een aantal producten niet geschikt of zelfs gevaarlijk: rauw vlees, rauwe vis, honing, gewone melk en zout.

Combineren en prakken

Laat je kindje eerst wennen aan losse smaken en geef in het begin meerdere dagen achter elkaar hetzelfde voedsel. Zo kun je nagaan of je kindje overgevoelig is voor een bepaald soort voedsel. Gaat dit goed, begin dan met het combineren van smaken: appel en perzik, wortel met pompoen of bloemkool met broccoli. In het begin prak je alles zo fijn mogelijk. Wordt het voedsel dan erg droog? Doe er dan wat water of een klein beetje margarine bij. Merk je dat je kindje dit makkelijk wegwerkt? Prak dan het voedsel iets grover. Een stukje brood met korst (vanaf 7 maanden) helpt je kindje te oefenen met happen, bijten, sabbelen en fijnmalen.

Hoeveelheid

De oefenhapjes geef je naast de melkvoeding. Het is beter niet te veel te geven, zodat je kindje geen trek meer heeft in melk. Begin met 1 tot 2 keer per dag zo’n 3 tot 4 lepeltjes. Dit bouw je langzaam op, totdat (vanaf acht maanden) de oefenhapjes uitgroeien tot vervangende maaltijden. Elk kindje is anders en heeft andere behoeften, dus harde richtlijnen zijn er niet. Dring in geen geval voedsel op. Als je kindje aangeeft dat het genoeg is, stop dan.

Meer weten?

Bij het consultatiebureau kun je terecht met al je vragen over voeding en (leren) eten. Ook de website van het Voedingscentrum biedt veel informatie en handige tips.