Je baby kan de fles niet gedwongen krijgen. Belangrijk is dat het geven van de fles een rustig en ontspannen moment blijft. Geef niet te snel op: probeer een aanpak een aantal dagen achter elkaar.
Wanneer bied je de fles aan?
Bied regelmatig een flesje aan, bijvoorbeeld elke dag of om de dag. Doe dit nooit onder dwang. Soms werkt het om de fles vóór een borstvoeding te geven, bij andere baby’s juist erna. Ook kan het helpen om de laatste voeding van de avond met de fles te geven, wanneer je baby slaperig is.
Hoe geef je de fles?
Streel eerst met de speen langs de lipjes en wacht tot je baby zijn mond wijd opent. Breng de speen dan rustig in en zorg dat deze diep in de mond komt. Knijp eventueel een beetje in de speen om de melkstroom op gang te helpen. Geef je baby de tijd om te zuigen en te wennen.
Wat kan helpen?
Huidcontact kan helpen, bijvoorbeeld de fles geven tegen je blote huid. Gebruik bij voorkeur vers afgekolfde moedermelk, omdat de smaak van gekoelde melk anders kan zijn. Afleiding kan ook werken, zoals een speeltje of de fles iets verpakken zodat je baby minder afgeleid is.
Alternatieven voor de fles
Als de fles niet lukt, kun je ook een cupje, lepeltje, tuitbeker of softcup proberen. Vanaf ongeveer 6 maanden kan een rietjesbeker worden gebruikt. In sommige gevallen kan pap van moedermelk of kleine hoeveelheden met een lepeltje een oplossing zijn.
Goed om te weten
Borstvoedingsbaby’s drinken vaak liever kleine, regelmatige hoeveelheden. Sommige baby’s halen drinken later op de dag of ’s nachts in.
Wanneer hulp inschakelen?
Neem contact op met een huisarts, lactatiekundige of pre-logopedist als het niet lukt of als je je zorgen maakt.